skip to Main Content
+31 70 39 44 234     info@waterstudio.nl
Architecture, urban planning and research in, on and next to water

Arquitectura flotante ante el aumento de los niveles del mar

Algunas casas flotantes ya existen en un vecindario de Amsterdam.

El aumento del nivel del mar amenaza a las ciudades costeras de todo el mundo por lo que algunos arquitectos y planificadores urbanos están buscando edificios flotantes y anfibios como una forma de adaptación, informó NBC News.

Pueden flotar en las costas o alternar entre flotar y descansar sobre suelo sólido. Waterstudio, una firma de arquitectura del suroeste de los Países Bajos, diseñó nueve casas flotantes que se asemejan a grandes casas flotantes para la ciudad de Zeewolde.

Otro conjunto de viviendas flotantes Waterstudio en Ámsterdam se unirá a un complejo de viviendas flotantes, con restaurante y jardines, que se inaugurará en 2020.

“Fundamentalmente es para la mitigación de inundaciones, pero en nuestro tiempo de cambio climático donde el nivel del mar está aumentando y los fenómenos meteorológicos se vuelven más severos, esta es también una excelente estrategia de adaptación”, dijo Elizabeth English, profesora asociada de la Universidad de Waterloo. Arquitectura en Ontario, Canadá, sobre arquitectura flotante.

Click here for the full article

NBC4, 19 April 2018

Qheli: James Bond-huis tussen de kassen van het Westland

Wekelijks vliegen we met onze Qheli boven de huizen van ‘s lands rijken. Wat komen we allemaal tegen? Vandaag een bijzonder fraaie/interessante villa waar we toevallig overheen vlogen. Verscholen tussen de eindeloze kassencomplexen van het Westland staat dit James Bond-huis.

Eigenlijk waren we met onze Qheli op weg naar het Noorden, toen we plots dit supermodernistische juweeltje onder ons zagen liggen. Even een extra rondje dus.

Want dit is op misschien wel de vreemdste plek die je je voor een villa kunt voorstellen: midden in het Westland, in Naaldwijk. Ingeklemd tussen enorme kassencomplexen heeft René van der Arend (51) daar zijn ruimtevaartschip aan de grond gezet. Of eigenlijk laten zetten, want het ontwerp van architectenbureau Waterstudio wijkt nogal af van het ‘herenhuis’ dat Van der Arend en zijn gezin aanvankelijk voor zich zagen.

De futuristische villa – New Water gedoopt – is opgetrokken uit het nieuwe bouwmateriaal Corian. Een keiharde kunststof waarmee het mogelijk is een James Bond-huis met dergelijke vloeiende lijnen neer te zetten – van nabij ziet het er net zo glad uit als hier vanuit de lucht. Van der Arend is overigens een bekende naam in het Westland, de man runt er zijn Tropical Plant Center en zou met 57 hectare de grootste Nederlandse kweker van winterharde palmen zijn.

Dat loopt blijkbaar heel lekker, want in zijn diverse ondernemingen struikelen we zonder veel moeite over krap 20 miljoen euro eigen vermogen. Dan kan zo’n villa uit Corian er natuurlijk ook wel vanaf. Het huis is in eigendom bij een van zijn vastgoed-bv’s en met een luttele 1 miljoen euro aan hypotheek opgetrokken.

Dat zit wel zo lekker, als je op zomeravonden vanuit je terrascompartiment naar de zonsondergang tuurt. Wodka Martini erbij? Shaken, not stirred. Maar dat laatste spreekt natuurlijk voor zich.

Villa New Water van René van der Arend in het Westland (foto: Izak van Maldegem/Skypictures, voor Quote)

Click here for the website

De Westlander en zijn moNUment: Moderne gebouwen als toekomstige monumenten

In de rubriek ‘De Westlander en zijn moNUment’ staan karakteristieke en herkenbare bouwwerken in Westland centraal. Zowel het verleden als het heden worden in deze artikelen belicht; vandaar ‘moNUment’. Deze keer: welke gebouwen zouden onze toekomstige monumenten kunnen worden? Een verkorte versie van dit artikel stond in Het Hele Westland van 27 december 2018.

door Piet van der Valk

In de vorige stukken, die werden gepubliceerd in de serie “De Westlander en zijn moNUment” stonden we stil bij Rijksmonumenten, Gemeentelijke monumenten en zelfs bij de Archeologie, van de twee locaties die Westland op dit gebied, rijk is. Maar wanneer we nu in gedachte een sprong zouden maken van ca 80 jaar en vanuit het jaar 2100 terugkijken naar de 21ste eeuw. We kijken dan met name naar de monumenten in Westland die na 2020 deze status ontvingen en dan komt mogelijk onze nieuwsgierigheid boven welke dat dan zouden zijn. In het alledaagse leven heeft zich na deze periode wel een ware omslag voltrokken. In deze tijd werden namelijk onder invloed van de Verenigde Naties en nationale programma’s maatregelen doorgevoerd om het klimaat wereldwijd te beschermen. De in 2020 gevreesde grotere stijging van de zeespiegel, kon na jaren van wereldwijde verplichte inspanning daadwerkelijk pas na 2050 effectief worden bestreden. Men slaagde er toen in, de compacte Chinees/Indiase kernfusiecentrales op grote schaal, als nieuwe energiebron in te zetten. Zij leverden de elektriciteit voor in huis en werkplek, verder was men al eerder op waterstof voor de mobiliteit overgegaan. Het bleken achteraf in de praktijk de juiste keuze.

Architectuur

De genoemde ontwikkelingen zorgden er al eerder voor, dat nieuwe stromingen in de kunst- en cultuurwereld ontstonden. En zo kwamen virtuele digitale kunstuitingen in de vorm van licht, geluid en elektromagnetisme tot ontwikkeling. Het oude Europa en de Amerika konden slechts volgen in de verdere ontwikkeling van deze kleurrijke belevingswereld voor de mensheid. En natuurlijk had dit ook invloed op de architectuur van die tijd. Tal van experimenten met steeds wijzigende toevoegingen in het kader van de opwekking, opslag, warmtepompen, aardwarmte van grotere dieptes, windmolens e.d. werden omgezet naar geïntegreerde systemen voor de bouw en de landschappelijke en stedelijke omgeving. Uiteindelijk vormde dat een solide basis, waarop de ontwerpen na de jaren 30 en 40 werden gestoeld en dat leverde tal van nieuwe ideeën en producten op bij de toeleveringsindustrie, voor toepassing door architecten en bouwers. Een aantal historische monumenten werd helaas afgebroken omdat een nieuwe bestemming niet het enige criterium bleek te zijn, waaraan moest worden voldoen. Onderhoudskosten en flexibiliteit aan invulling van nieuwe woon-, werkwensen en bouweisen, bleken in sommige gevallen bepalend in de praktijk, ondanks een creatieve nieuwe bestemming. Een stringent beleid ten aanzien van de houdbaarheid van deze historische gebouwen resulteerde ook in een aparte milieuwetgeving, incl. ruime subsidiemogelijkheden. Het aantal monumenten werd geleidelijk ook weer aangevuld met nieuwe objecten. Immers sinds 2012 was al bepaald dat monumenten ook jonger dan 50 jaar als zodanig konden worden aangewezen.

Ontwikkeling ook binnen Westland

Ook in Westland, sinds de veertiger jaren, samengevoegd met Midden Delfland, Maassluis en Hoek van Holland en uitgegroeid naar een gemeente van ruim 200.000 inwoners, bleek de nieuwe ontwikkeling goed te worden opgepakt. De vroegere pioniers uit de tuinbouwsector waren bekend met doelgericht en uiterst innovatieve productie. De bestaande kernen hadden ieder zo hun gebruikelijke, maar niet zo opvallende uitbreidingen wanneer we het stedenbouwkundige en esthetische aspect daarvan beoordelen. Op het raakvlak van ‘s-Gravenzande en Naaldwijk ontstonden door gebrek aan adequate waterafvoer, rond het begin van de 21ste eeuw, diverse ontwikkelingen en mogelijkheden die zowel individueel en collectief door o.a. de Ontwikkeling van het Nieuwe Water (ONW) goed werden benut. De aangelegde ecologische verbinding, die door de Poelzone loopt en zee en duinen met Midden-Delfland en het Staelduinse bos verbond, bood voor toenmalige Westlandse begrippen, een uniek woonlocatie. Daar hebben toen veel Westlanders ook gretig gebruik van gemaakt. Maar ook de plannen rond de Westlandse Zoom en kleinere snipperlocaties waar individueel kon worden gebouwd, boden kwaliteit.

Nieuwe gemeentelijke monumenten

Monumenten zijn objecten die qua ontwerp iets opvallens, iets eigentijds hebben en opvallen bij velen en soms zelfs een bijnaam krijgen. Tal van objecten ontvingen de gemeentelijke monumentale status, waaronder een woning aan de Rijnsburgerweg te Naaldwijk nabij de Plas van Alle Winden, gebouwd in 2013 in opdracht van het echtpaar dhr. Paul en mevr. José Thoen. Paul was indertijd eigenaar van het weekblad “Het Hele Westland”, dat hij van z’n vader Cees had overgenomen en verder bekendheid gegeven. De woning is neergezet op een unieke en ruime locatie met aan alle kanten water, veel groen met meerdere zit en verblijfplekjes. Na enige jaren van gesteggel over het bestemmingsplan en dergelijke, ontwierp uiteindelijk het Rijswijkse architectenbureau Waterstudio van Koen Olthuis, deze mediterrane woning in een Spaans/Italiaanse sfeer. Een u-vorm rond een overdekte patio is de hoofdopzet van deze zeer royale woning. De buitenwanden van zijn gestucd en op de hoeken fraai afgerond. De Belgische interieurarchitect Yves Michels heeft de verdere binnen-afwerking qua textuur en kleur verzorgd.

Niet ver hier vandaan in een dijklichaam aan de verlengde Poelkade te ‘s-Gravenzande gelegen, staat nog een andere opvallende woning ontworpen door de eerder genoemde Koen Olthuis. Het betreft een grote woning in vijf lagen met 2.500 m2 woonoppervlak in opdracht gebouwd voor een Westlandse zakenman en zijn familie. Hij was actief op het gebied van de mobiele telefonie, een techniek die toen net door de kinderjaren heen was. De woning werd zo gesitueerd dat deze zich opent en uitzicht geeft op het eiland in het ruime water en het zonlicht binnen laat stromen. De woning is gesloten aan de Oostelijk gelegen straatzijde. De buitengevels zijn opgebouwd uit platen waarvan het materiaal Corian. Dit is een kleurecht, duurzaam en onderhoudsvriendelijk materiaal bestaande voor 1/3 uit acrylaat en voor de rest uit natuurlijke mineralen, in belangrijke mate aluminiumtrihydraat. Het laat zich in bijna alle vormen verwerken, ook voor het interieur als keukenbladen.

Nieuwe Rijksmonumenten

Aan de locatie aan de Naaldwijkse Opstalweg woonden René en Yolanda van der Arend met hun zoon en dochter. Hij was een voormalige tuinder en wereldwijde handelaar in tropische planten. De woning, met als hoofdvorm een boemerang in het landschap, werd als zeer bijzonder beoordeeld, super modern, strak in afwerking en eveneens ontworpen door de Rijswijkse architect Koen Olthuis. Het architectenbureau Waterstudio hield zich toentertijd wereldwijd bezig, met het ontwerpen van met name waterwoningen onder andere ook in Dubai. Koen Olthuis was als supervisor ook betrokken geweest bij de opzet van deze Poelzone. De woning is zeer ruim van opzet en super transparant. Een deel van de buitengevel, de dakrand en onderdorpel van de grote kozijnen van deze woning zijn ook van het materiaal Corian samengesteld. Van de woning is eigenlijk alleen de verdieping zichtbaar. Hier bevinden zich de woonvertrekken, keuken en garage. De benedenverdieping of slaapverdieping ligt laag ingegraven. De verwarming vindt plaats door warmte en koude opslag in de grond in combinatie met een warmtepomp. De woning kende geen gasaansluiting. Gas was toen nog de brandstof voor verwarming van bijna alle Nederlandse huizen en bedrijven. Het zorgde gedurende ruim 50 jaar voor het economische wondermiddel, waar de huidige Nederlandse regering alleen nog van kan dromen.

Een ander schitterend monument gebouwd en opgeleverd in 2022 staat in een bosrijke omgeving te Kwintsheul ingeklemd door de Goudse Oevers, de Gantel en de van Buerenlaan. Het is eigenlijk bedoeld als een “buiten” maar dan in een eigentijds jasje.

De gemeente Westland liet in 2017 een tweetal gemeentehuizen bouwen, maar door de fusie met Midden Delfland, Maassluis en Hoek van Holland bleken deze gebouwen te klein. En zo werd het gebouw aan de Laan van de Glazen Stad verkocht aan een plaatselijk accountant die uitbreiding zocht. Dit glazen gebouw, een ontwerp van het Delftse architectenbureau Cepezed, kreeg in 2052 ook door het prachtige interieur, de Rijksmonumentale status. Het kantoor aan de Verdilaan, ook van het architectenbureau Cepezed, werd echter afgebroken om plaats te maken voor het huidige gebouw van 16 lagen waar het Theater de Naald 2.4 en het Kunstmuseum deel van uitmaakten. Twee jaar na de fusie kon het nieuwe gemeentehuis al door de Koning van Nederland worden geopend.

 

 

Schoonschip Amsterdam

At the official website of  Schoonschip project in Amsterdam, you can find some interviews of the owners of the floating houses. With them Is Bart Mol, for whom Waterstudio designed a floating duplex building. The interview you can read below.

 

 

Name:
Bart Mol

Member of Schoonschip since:
January 2014

Current living situation:
In 2016 both our families sold their houses and in the meanwhile we both rent temporary appartments in the east of Amsterdam

Occupation:
Scrum master. Involved in the food platform I’m a Foodie

 

How would you describe a Schoonschipper?
A combination of special traits: idealistic, realistic, ambitious, willing to take risks, trying to improve the world in small steps and bizarrely persistent!

You share your plot with two households. How is your cooperation?
We went through the whole process in good harmony, visiting many suppliers of doors, stairs. And nice eateries.

We have been very lucky with our architect, Waterstudio. A sympathetic and creative group that has a lot of experience creating floating houses. They came up with six variations and then we started puzzling. We chose a relatively simple design, in order to be efficient and flexible.

How do people around you react on the project?
Through the years it changes, from ‘totally awesome’ to ‘how are you proceeding with your air castle?’ We can imagine those reactions. At some point we stopped giving indications on our planning.

What do you hope that Schoonschip will offer to Amsterdam?
A succesfull showcase  of a group of normal citizens who share a common vision, plus the motivation to make it work!

I am happy with every person that we inspire to live more consciously regarding our environment and the world we live in.

Click here for the website

Click here for the pdf

Face à la montée des eaux, les maisons flottantes néerlandaises s’exportent

Annick Capelle

Dans un quartier calme de Delft, cinq maisons modernes se reflètent dans un bassin d’eau, créant un effet miroir. Reliées à la terre, par un simple ponton, ces maisons flottent. Olaf Janssen vit dans l’une d’elles avec sa famille depuis 2013. “Nous avons conçu cette maison de façon telle qu’il n’y ait plus de frontière entre la maison et la natureexplique-t-il en ouvrant les deux immenses baies vitrées du sol au plafond.

La maison est construite sur trois niveaux. À l’étage inférieur, les chambres sont littéralement immergées. À travers leurs fenêtres situées en hauteur, le regard frôle le niveau de l’eau. “C’est ce qui rend cet endroit si particulier. De temps en temps, on voit passer un canard ou une oieraconte Olaf en souriant.

Au niveau supérieur, une autre chambre, et même une terrasse sur le toit surplombant le quartier et le parc adjacent. Sous le ponton, des tuyaux flexibles amènent l’eau et l’électricité, et permettent l’évacuation des eaux usées.

Olaf Janssen a construit lui-même sa maison. Son entreprise, “Balance d’eau”, s’est spécialisée dans le créneau des maisons flottantes. Selon lui, le prix de vente de sa propre maison s’élève à 750.000 euros. Un prix normal pour les grandes villes néerlandaises. D’autant que la surface totale de l’habitation est de 220 mètres carrés : “La construction d’une maison flottante coûte 10 à 20% de plus qu’une maison classique. Mais le prix du lotissement sous l’eau, est moins élevé. Donc ça compense le surcoût“.

Le principe d’Archimède

200.000 kilos, c’est le poids de l’habitation d’Olaf Janssen. Et pourtant, elle flotte, comme un bateau. Le secret ? Un immense caisson moulé de béton sous le bâtiment qui permet la flottaison, selon le principe d’Archimède. La structure de l’habitation est légère, ce qui assure une grande stabilité. “Quand il y a beaucoup de vent, ça bouge légèrement. Mais il ne faut pas s’accrocher pour autant.

Pour éviter qu’elle ne parte à la dérive, la maison est arrimée à des piliers immergés. En fonction du niveau de l’eau, elle monte ou descend le long des piliers. “S’il pleut très fort, la maison s’élève. Et donc, on a une vue différente, puisqu’on est plus haut… Une différence de niveau qui, en période de fortes pluies, peut aller jusqu’à 25 centimètres, selon Olaf.

L’eau : la recette de la ville du futur

Depuis plusieurs années, les maisons flottantes se multiplient aux Pays-Bas. On en dénombre près de 2000 aujourd’hui. À lui seul, le quartier d’Ijburg à Amsterdam accueille pas moins de 90 habitations flottantes. Dans ce pays dont un quart de la surface se trouve sous le niveau de la mer, le changement climatique oblige, en effet, les ingénieurs et architectes à réfléchir à de nouvelles solutions face à une possible montée des eaux.

Dans le cabinet d’architectes Waterstudio, à Rijswijk, près de La Haye, le carnet de commandes ne désemplit pas. Sur les étagères, une enfilade de maquettes de maison flottantes. “Depuis des centaines d’années, les Pays-Bas ont été menacés par l’eau. Et puis, ça a basculé. Aujourd’hui, nous ne voyons plus l’eau comme une menace, mais comme une opportunité, commente Koen Olthuis, le directeur de Waterstudio.

Son crédo : faire de l’eau un atout, pour construire des villes plus sûres et efficaces : “Les villes d’aujourd’hui sont très statiques. Avec des bâtiments arrimés au sol que l’on peut difficilement déplacer. En construisant sur l’eau, on fait des immeubles que l’on vient glisser sur l’eau, et que l’on peut changer de place à souhait“.

Des villes entièrement modulables vouées à se multiplier partout sur la planète. “Nous pensons vraiment que l’eau est un ingrédient de la recette de la ville du futur. Dans 10-15 ans, dans des villes comme New York, Miami, Singapour, on utilisera l’eau pour construire des immeubles plus en phase avec le climat.

Koen Olthuis nous montre les maquettes de maisons, voire même de complexes d’habitations, destinés au Canada, à Dubaï, ou encore aux États-Unis. “L’habitation flottante ne cesse d’évoluer, mais pour nous, elle est d’ores et déjà devenue un vrai produit d’exportation.

Click here for the website and video

Click here for the pdf

Architects Worldwide Invent Groundbreaking Waterborne Solutions To Climate Change, Part 3

There are two groups of people in the world who live by the water’s edge: the extremely rich and the extremely poor. For one, it’s a lifestyle choice; for the other, they rely on the water for their livelihoods. They can’t relocate away from the waterline, as land is often expensive and reserved for those who can afford it. Floating structures would give them the chance to continue living on the water rather than being displaced. In the vision of Dutch architect Koen Olthuis, founder of Waterstudio, large-scale floating developments could be invested in by wealthy nations like Qatar or Saudi Arabia not only for their own countries, but as global, mobile and flexible real estate, which may be leased to coastal cities. They could be floating hotels and stadiums for cities that wish to organize the Olympic Games but cannot afford it, or cities that have been hit by climate change-related disasters that can lease an entire set of floating functions like energy plants, hospitals, schools, sanitation systems, harbors and airports that may be towed from a safe floating location to devastated areas for rescue and relief. These are large-scale solutions to instantly upgrade cities and help communities recover with basic necessities within a couple of weeks, since they generally only invest money following a disaster.

Amillarah Private Islands at The World in DubaiCOURTESY OF ARCHITECT KOEN OLTHUIS – WATERSTUDIO.NL

Olthuis believes that the technology and money are already available, but it’s a matter of changing mindsets before waterborne developments become a part of daily reality. He discloses, “Before a disaster, nobody wants to change. After a disaster, everybody wants to change. Either you wait for a disaster or you do something with floating structures where people see that they can already make money before a disaster. The role we have as architects is not just to design and engineer, but also to guide governments, municipalities and developers to show them how to finance, insure, change legal aspects and start to use floating structures in cities.”

From multimillion-dollar floating islands for rich clients that will allow Olthuis to gain knowledge, he hopes to spread water architecture to entire middle-class communities worldwide using the same technology, as well as to developing countries that are at even greater risk of flooding, which may apply simple urban plug-ins of basic functions to slums to improve lives immediately. For example, Dubai is investing heavily in designing and building on water. Waterstudio collaborated with oceanographer Jean-Michel Cousteau to conceive Amillarah Private Islands by developer Dutch Docklands in The World – Dubai’s artificial archipelago of over 300 islands in the shape of the world map, measuring nine kilometers by seven kilometers, that will include residences, commercial areas with resorts, transit hubs for ferries and a tourism zone – which will consist of 33 eco-friendly, luxury floating homes on concrete and polystyrene foundations, each with its own garden, pool, beach and underwater habitat for sea life to enhance livability above and below the surface.

Amillarah Private Islands in MiamiCOURTESY OF ARCHITECT KOEN OLTHUIS – WATERSTUDIO.NL

Completely stable on the water and built to last over a century, the man-made floating islands will be customizable to clients’ specifications. In the Maldives, Waterstudio has designed floating island resorts and a golf course for Dutch Docklands, which is working with the Maldivian government to reinforce society with long-term waterborne developments. Olthuis believes that floating islands with high-density affordable housing could be added to the existing islands to provide space and safety without any negative impact on the marine environment during or after their lifespans. Over the years, his work has evolved from designing for the superrich to designing for the poor in areas that have to adjust their planning approach because of climate change, as he hopes to improve the lives of millions instead of only the happy few.

Click here for the pdf

Click here for the website

Laatste Waterwoning Stadswerven aangekomen

DORDRECHT – Eind vorige week is de waterwoning van de familie Dolman op Stadswerven aangekomen. Daarmee zijn de waterwoningen op Stadswerven compleet. De waterwoning is in Diemen gebouwd en na een vaartocht via het Amsterdam Rijnkanaal, de Lek en de Noord op zijn plek gevaren.

In 2015 kocht de familie Dolman een waterkavel op Stadswerven. “Eind 2015, begin 2016 hebben we opdracht gegeven voor de bouw van onze woning en we dachten dat hij begin dit jaar klaar zou zijn. Het is dus al met al een lange rit geweest”, aldus de heer Dolman. “De reden waarom wij hebben gekozen voor een waterwoning heeft te maken met mijn jeugd. Mijn vader was bedrijfsleider bij een grote waterbouwer. Het was toen heel gewoon dat medewerkers van het bedrijf op een ark woonden en zo met de werken mee verhuisden. Zo zijn wij ook in Dordrecht terecht gekomen.” Daarnaast zeilen de heer Dolman en zijn vrouw graag en zijn het leven op het water dus gewend. De keuze voor een waterwoning op Stadswerven was vanzelfsprekend voor hen.

De waterwoning van de familie Dolman is een ontwerp van architect Koen Olthuis van het bureau “Waterstudio”. Het huis is ontworpen in de geest van de industriële geschiedenis van Stadswerven en de opbouw is daarom van Cortenstaal.

Afbeelding bij nieuwsitem 'Laatste Waterwoning Stadswerven aangekomen'

Schwimmstädte und Hochhauswälder

Der steigende Meeresspiegel, Starkregen und Stürme setzen den Städten zu. Deshalb türfteln Planer Planer rund um die Welt daran, sie für den Klimawandel zu wappnen.

Bewegen sich mit den Gezeiten: Schwimmende Häuser im niederländischen Ijburg.

Das Wasser kommt. Das ist mehr als eine Prognose, es ist Gewissheit. Vielen Stadtplanern bereitet das Sorgen. Denn Wasser ist anders als Hitze. Es breitet sich in den Städten nicht langsam über Tage und Wochen aus, sondern bricht als Urgewalt über sie herein. Künftig wird die Häufigkeit und Heftigkeit zunehmen, mit der Unwetter, Starkregen oder Sturmfluten sich über Städte ergießen. Dann könnte es in drei Vierteln aller wachsenden Megametropolen für kurze Zeit „Land unter“ heißen, denn sie liegen in Deltagebieten großer Flüsse. Doch auch Städte, die von viel Land umgeben sind wie viele deutsche, sollten sich nicht auf der trockenen Seite fühlen: Die jährlichen Schäden durch Starkregen und Überflutung sind hierzulande durchschnittlich doppelt so hoch wie jene durch Flusshochwasser oder Sturmfluten, heißt es beim Bundesverband der Versicherungswirtschaft. Berlin kann das bezeugen, nachdem es 2017 mehrmals nach Gewitterregengüssen baden ging. Wenn sich nun das Extremwetter nicht aufhalten lässt, wie macht man Städte dann hitzefest und regenresistent? Das ist die spannendste Frage, an der Architekten und Stadtplaner arbeiten.

Bevor das Wasser kommt, gehen wir zu ihm – lautet der bisher revolutionärste Ansatz, der von holländischen Planern stammt. Sie bauen aufs Wasser und tüfteln daran, wie man ganze Städte schwimmen lassen kann. Das klingt visionär, aber um ehrlich zu sein: Das ist in den Niederlanden nichts Neues. Gott erschuf zwar die Welt, sagt man dort, aber die Niederlande seien von den Holländern selbst erschaffen worden. Schon vor Jahrhunderten bauten sie riesige Kanalnetze und Pumpensysteme, angetrieben von Windmühlen. Damit legten sie Landmassen und Überschwemmungsgebiete trocken, die Polderflächen. Rund ein Viertel des Landes liegt unterhalb des Meeresspiegels. Genau das könnte zum Verhängnis werden, wenn der Meeresspiegel steigt. Dann staut sich dort nicht mal für ein paar Stunden oder Tage das Wasser, sondern ganze Landstriche drohen dauerhaft zu verschwinden. Deshalb bereiteten sich die Niederlande schon seit Jahren darauf vor, dass das Wasser kommt.

Bisher baute man Dämme und Abschlussdeiche, viel cleverer aber sei es, findet Architekt Koen Olthuis, einfach schwimmende Häuser zu bauen. Wenn Gebäude auf dem Wasser treiben, kann ihnen auch ein schwankender Wasserstand nichts anhaben. Zudem gewinnen wachsende Metropolen wie Amsterdam und Rotterdam neue Wohnflächen. Auch Paris will jetzt einzelne Gebäude auf die Seine setzen, und London überlegt, seine Regierung während des Umbaus der Houses of Parliament in einem schwimmenden Saal auf der Themse unterzubringen.

Inzwischen setzen Architekturbüros nicht nur einzelne Häuser auf Seenplatten und Flüsse, sondern ganze Stadtviertel mitten ins Meer. Ins IJmeer zum Beispiel, über das Amsterdam indirekt mit der Nordsee verbunden ist. Dort treiben die „floating houses“ von IJburg vom Büro Marlies Rohmer seit 2011 vor sich hin: sechzig Häuser je Hektar, die auf Pontons stehen und sich mit den Gezeiten heben und senken. Koen Olthuis entwickelt mit seiner Firma Waterstudio schwimmende Villen, Ferienanlagen und Quartiere rund um den Globus. So ließen sich auch Überflutungsregionen wie Bangladesch mit Klassenzimmern oder Krankenstationen ausstatten, die dem Wasser standhalten.

These floating buildings are made from thousands of plastic bottles that can withstand flooding

Bangladesh is one of the most vulnerablecountries in the world when it comes to flooding, storms, and impact from sea level rise.

In 2016, Bangladesh experienced four cyclones – a record number in the country’s recent history. And by 2050, sea level rise could inundate 17% of its land and displace up to 18 million people in Bangladesh,according to Atiq Rahman, the nation’s leading climate scientist.

Extreme weather events already flood many homes, schools, and commercial buildings every year.

An Amsterdam-based architecture firm called Waterstudio has come up with one possible solution: floating structures that can withstand storms.

Waterstudio will deliver five of these structures, called City Apps, in Dhaka, Bangladesh in late November.

Check out the project below.

Waterstudio will soon premiere five City Apps in Korail, a low-income community in Dhaka, Bangladesh. They are portable and can move to different neighborhoods.

Foto: A City App classroom in Amsterdam, Netherlands. source Waterstudio

City Apps can be customized for several types of uses, including classrooms, water filtration systems, medical clinics, or homes.


During the day, one structure will be a classroom featuring 20 tablet workstations and two teaching screens. In the evening, it will be used as an internet cafe.

Foto: A City App classroom in Amsterdam, Netherlands. source Waterstudio

The other four units will consist of a community kitchen, a facility with a public restroom and shower, and another with a back-up generator for electricity. The units are powered by solar panels located on the roofs.

Foto: A City App classroom in Amsterdam, Netherlands. source Waterstudio

The units will be buoyed to the sea floor, and move up and down as water levels rise, helping them withstand storms. They’re designed to be air-tight to reduce the risk of flooding.

Foto: source Waterstudio

The City Apps, which cost $53,000, were built in Amsterdam, Netherlands, Waterstduio CEO Koen Olthius told Business Insider.

Foto: source Waterstudio

Each foundation is made of wooden pallets, wire, and thousands of recycled plastic bottles, which allow the structures to float.

Foto: source Waterstudio

Founded in 2003, Waterstudio is known for its floating structures. It has constructed more than 200 buildings on water around the world, including these floating villas for a neighborhood called IJburg in Amsterdam, Netherlands:

Foto: source Waterstudio

Olthius hopes the City App project will provide valuable resources to neighborhoods in developing nations, especially ones threatened by climate change.

Foto: source Waterstudio

Waterstudio is working with local developers on the project in case they want to build more units.


“Some people live very close to the water — in vulnerable locations,” he said. “They can use these structures to improve their neighborhoods.”

Foto: source Waterstudio

Click here for the pdf

Click here for the website

 

 

Flytende byer kan løse plassmangel og klimakrise. Slik tenker arkitektene

De siste årene har et prosjekt i Fransk Polynesia fått mye oppmerksomhet. Gründere fra California ønsket å bygge en flytende øy i smult farvann som skulle fungere som en egen stat med null skatt. Planene førte til stor kritikk og Fransk Polynesia har avsluttet samarbeidet.

Men visjonene bak prosjektforslaget, har fått flere interessert i selve konseptet flytende byer.

Bakgrunnen er plassmangel i store byer og klimaendringer som truer lavtliggende bebyggelse. Stigning av havnivået vil ikke bare ramme øyene i Stillehavet, men også storbyer som Bangkok i Thailand.

Kan bli realitet om ti år

Den nederlandske arkitekten Koen Olthuis, administrerende direktør i Waterstudio er misjonær for å ta i bruk sjøen som tomt. Selskapet har tegnet en rekke boliger på kanaler og innsjøer i Nederland. Nå ønsker han å bygge ut større områder på havet, både flytende og i form av høye boligtårn.

– Det er ikke snakk om å bygge gigantiske byer midt på havet. De første flytende byene blir hybridbyer der deler av byen er på fastlandet og nye fasiliteter legges på sjøen, sa han på en workshop som Equinor arrangerte tidligere i år.

Øyvind Hellan, forskningsdirektør i SINTEF Ocean AS, tror de første flytende bydelene vil bli bygd i løpet av neste tiår, mest sannsynlig i Asia.

– Det å bygge flytende byer er innenfor det vi kan få til som ingeniører, med teknologien vi har i dag. Men det må utvikles løsninger som lar seg gjennomføre i praksis og som er regningssvarende, sier han. Forskere ved SINTEF og NTNU har lenge jobbet med flytende konstruksjoner til havs, og de siste årene også med konstruksjoner for flytende byer.

Sea tree: Flytende habitat for fugler, bier og smådyr i byer med liten plass til parker.

Stedene som ligger til rette for flytende byer ligger i et belte mellom fem grader nord for ekvator og fem grader sør for ekvator. I tillegg er deler av Middelhavet og Persiagulfen egnet. Og utenfor byer der det er smult farvann.

Equinor leter etter nye forretningsområder

Flytende byer har også Equinor begynt å snuse på. I London sitter en gruppe ansatte som skal komme opp med nye forretningsideer med utgangspunkt i Equinors lange offshore-erfaring. i et halvt år har de sett nærmere på flytende byer.

– Da jeg hørte om flytende byer, tenkte jeg det hørtes ut helt vilt ut og noe langt inn i fremtiden. Men da vi så nærmere på dette, lærte vi at det er en global utvikling på dette området, spesielt i land som mangler plass, sier Margaret Mistry, prosjektleder for strategi og innovasjon i Equinor Innovation Team i London.

For å finne ut om dette var interessant for Equinor, har selskapet gjennomført tre workshoper med arkitekter, ingeniører, byutviklere, folk med visjonære tanker om flytende byer og norske industriselskaper. I tillegg holdt de et åpen seminar om flytende byer på årets ONS.

– Vi lærte mye og er interessert i å gå videre med noen ideer der Equinor kan spille en rolle i fremtiden, sier Mistry.

Et av områdene de skal se nærmere på er gjenbruk av infrastrukturen i Nordsjøen for å skape nye verdier når feltene er tømt. Dette blir på svært langt sikt.

En annen idé er å bruke Equinors erfaring med flytende havvind til å vise hvordan flytende byer kan forsynes med energi.

Offshore: Margaret Mistry i Equinor Innovation Team ser forreningsideer i flytende byer.

Neste trinn i prosessen er et seminar om flytende byer i forbindelse med konferansen og utstillingen Evolve Arena i desember. Først neste år vil det bli klart hva Equinors rolle i utviklingen av flytende byer vil bli.

– Vi er foreløpig langt fra å ha svaret på hva som kan bli vår forretningsmodell. I denne omgangen handler dette mye om å utvide økosystemet og nettverket, sier Mistry.

Singapore leter etter mer tomteplass

I Singapore bor og arbeider fem millioner innbyggere og en million gjestearbeidere på et landområde ikke større enn Oslo, Asker og Bærum til sammen. Plass er mangelvare. Det har myndighetene til nå løst ved å bygge oppover, ned i undergrunnen og ved å fylle ut sjøen med sand og stein. Men nå begynner nabolandene å si nei til mer utfylling og mange områder i sjøen er for dype til å fylle ut. Nå har øystaten visjoner om å ta i bruk havoverflaten. Her har Sintef fått en viktig rolle.

Sprengt: Singapore har bygget i høyden og under bakken. Foto: Flickr

Forskerne i Trondheim fikk for to år siden et prosjekt der de sammen med forskere og myndigheter i Singapore skal utvikle nye tomter for Singapore med effektiv utnyttelse av sjøarealer og flytende konstruksjoner. Det treårige prosjektet er finansiert med forskningsmidler fra Singapore og støtte fra JTC, som er en offentlig etat med ansvar for utvikling av områder for industri og næringsliv i Singapore.

– I Singapore blir Norge sett på som en interessant samarbeidspartner basert på norsk offshoreteknologi, norsk betongteknologi og norsk kompetanse innen marine operasjoner, sier Hellan.

Fra fjellhaller til flytende konstruksjoner

At Sintef fikk et slikt prosjekt skyldes likevel først og fremst tidligere prosjekter med å utnytte fjellet under Singapore. Over en periode på mer enn 10 år har Sintef sammen med Multiconsult og den lokale partneren Tritech, blant annet vært med på å planlegge og lede et prosjekt med bygging av store undersjøiske fjellhaller for lagring av olje.

Hallen er plassert under havnebassenget i Singapore og med adgang via sjakter fra Jurong Island som er et tidligere innvunnet landområde. Hallene er bygd ut i flere trinn og den siste hallen i fase 1 blir tatt i bruk i disse dager. Oppdragsgiver for dette prosjektet var JTC og de ønsket å trekke med seg Sintef inn i forskningsprosjekter for å se på muligheten for å utvikle nye arealer for bolig og næring ved å legge det på store flytende konstruksjoner.

Samtidig vakte også E39 på Vestlandet, med sine planlagte lange flytende bruer, stor interesse.

Sintef og NTNU samarbeider med National University of Singapore om å utvikle innovative og optimale konstruksjons- og fundamenteringsløsninger, materialer, bygge- og installasjonsmetoder, samt anbefale retningslinjer for store flytende konstruksjoner. Som case har de valgt et flytende drivstofflager og et flytende industriareal.

På sjøen: I Nederland er vanlige boliger blitt flytende. Selskapet Waterstudio har tegnet og prosjektert boliger på kanaler, og mener det er fullt mulig å bygge tilsvarende ute i havet. Til å begynne med vil dette dreie seg om å bygge hybridbyer ut fra fastlandet.Foto: Miquel Gonzalez

Slik kan en flytende bydel bygges opp

En utfordring for en flytende by er at den vil bevege seg med bølger og vind. Spesielt boligområdene bør ligge rolig for at folk skal ønske å bo der.

– Folk undervurderer størrelsen på dimensjonerende bølger – det vi populært kaller «100-årsbølgen». I Nordsjøen kan dette fort tilsvare et nietasjers hus. Det er lett å la seg begeistre av visjonene og mulighetene, men du må aldri miste sikkerheten av syne, sier Hellan.

En flytende bydel vil bygges opp med store moduler der koblingen mellom dem blir spesielt viktig. De ytterste modulene vil være mest påvirket av vær og vind, og må ha mulighet til å bevege seg med bølgene.  Lenger inne vil bevegelsene være mindre, og underlaget oppleves godt og stabilt. Randsonene kan for eksempel utnyttes til fritidsområder – i finvær kan folk ligge på stranda eller drive med sportsaktiviteter. Når det blir dårlig vær vil de naturlig trekke inn mot sentrum.

Cruiseterminal: Denne illustrasjonen viser hvordan cruisebåtene kan legge til ved et flytende kaianlegg. Foto: Waterstudio

Innenfor rekreasjonssonen kan det tenkes lagerbygninger og industri. Koblingen til de ytterste modulene må være fleksible og tillate bevegelser, mens de innenfor beveger seg mindre. I kjernen kan det legges boliger og forretninger. Her vil koblingene mellom modulene nærmest være faste.

– I Norge kan vi mye om hvordan slike konstruksjoner skal bygges slik at de tåler været.  For eksempel har oppdrettsbransjen lært oss mye, der man har gått fra stive konstruksjoner til å bygge konstruksjoner som er ettergivende. De klarer å føye seg etter sjøen i stedet for å slåss mot den, sier Hellan.

Eget seminar under Evolve Arena

Den som satt Equinor Innovation Team på sporet av å se på flytende byer, var Anastasia Malafey, prosjektleder ved Evolve Arena. Det er et arrangement på Norges varemesse i desember som handler om utviklingen av smarte byer, mobilitet og fremtidens samfunn.

Da hun i fjor analyserte hvilke temaer som burde være med i en slik konferanse og møteplass, kom ideen om å vise hvordan norske bedrifter innen maritim og olje og gass kan bruke sin erfaring til å utvikle å flytende byer.

–  Som ingeniør, fikk jeg fort forståelsen av hvor kompleks oppgaven med å flytte byer ut i sjøen er. Men flytende byer er ingen utopi. I Peru bodde folk på de flytende øyene på Titicacasjøen i mange hundre år. Etter en måned med arbeid og mange bra innspill fra nettverket i Singapore, Japan og SINTEF, begynte konseptet rundt flytende byer å ta form og jeg tok kontakt med Equinor, sier Malafey.

Dermed startet prosessen med å finne nye forretningsområder for norske bedrifter og samtidig  løse problemer knyttet til den globale urbaniseringen og klimautfordringene.

– Det handler om å synliggjøre muligheter for nye forretningsområder, sier Malafey.

Click here for the pdf

Click here for the website

Back To Top
×Close search
Search